Korrelige tijd-ruimte
De natuurwetenschap heeft
duidelijke beperkingen. De onderzoekers kunnen allerlei wetmatigheden ontdekken
en met behulp van logisch en wiskundig redeneren kunnen daar weer andere
wetmatigheden uit worden afgeleid. Deze afgeleide wetten moeten dan natuurlijk
wel door observaties van de natuur geverifieerd worden. Soms kunnen de
wiskundige afleidingen zelf al aantonen dat de ingeslagen weg niet klopt. Dat
gebeurt als er tegenstrijdige resultaten gevonden worden of wanneer een deel
van de uitkomsten een oneindig grote waarde aanneemt. De door Einstein via wiskundige weg ontdekte algemene
relativiteitstheorie blijkt heel veel natuurverschijnselen te kunnen verklaren,
maar levert op sommige punten ook tegenstrijdigheden. Dat gebeurt vooral wanneer
afstanden erg klein worden. Ook blijkt de algemene relativiteitstheorie niet zo
best bij de rest van de natuurkunde te passen. Het is echt een buitenbeentje.
Onder de wetenschappers
die dit probleem proberen op te lossen bestaan verschillende stromingen. Een
van deze stromingen is de snaartheorie. Deze richting tracht de wereld van de
elementaire natuurkundige verschijnselen te verklaren met trillende snaren. Om
dit te kunnen, introduceren deze geleerden veel meer dan vier dimensies. In de
laatste dertig jaar is deze stroming er in geslaagd om vrij veel van de
waargenomen natuurkundige verschijnselen en vooral het gedrag van de
elementaire deeltjes te verklaren. De theorie loopt echter vast waar de
afmetingen in tijd en ruimte naar nul gaan. In het bijzonder de big bang en de
zwarte gaten kunnen op deze wijze niet op bevredigende wijze onderzocht worden.
Een tamelijk nieuwe
stroming gaat er vanuit dat tijd en ruimte op zeer kleine schaal niet langer
vloeiend zijn. De stroming heet “Loop quantum gravity” en gaat er van uit dat ruimte en tijd onder een
bepaalde maat geen betekenis meer heeft. Deze grens heet de Planck-schaal.
De Planck-lengtemaat is 10-35 meter. Dat
is vele ordegroottes kleiner dan de diameter van een elektron. Ruimte en tijd
hangen intiem samen met het zwaartekrachtveld. Het zwaartekrachtveld blijkt
fundamenteler te zijn dan de ruimte en tijd coördinaten. Bovendien zegt de Loop
quantum gravity theorie dat
ruimte en tijd gekwantificeerd zijn. Ruimte en tijd zijn opgebouwd uit korreltjes
met afmetingen die een aantal eenheden ter grootte van de Planck-schaal
omvatten. Het blijkt dat met deze aanpak de theorie niet vastloopt bij hele
kleine afmetingen. Het blijkt bovendien dat er geen sprake is van een “big bang”
maar van een “big bounce”. Daarnaast kunnen zwarte
gaten nu wel goed onderzocht worden. Het is echter moeilijk om met deze theorie
een aansluiting te vinden met de theorie die dingen met grotere afmetingen
behandelt.
Om uit te maken welke van
de stromingen op het juiste pad zit, wacht iedereen met spanning op het in
werking treden van de Large Hadron
Collider. Een machine met een
doorsnede van 27 kilometer welke bij Cern onder de
grond ligt. Door geladen deeltjes met bijna de lichtsnelheid op elkaar te laten
botsen, hopen de geleerden natuurverschijnselen te kunnen zien die dicht in de
buurt komen van de verschijnselen die in zwarte gaten en in de buurt van de big
bang voorkomen. Het is vrijwel zeker dat deze proeven meer vragen dan
antwoorden zullen opleveren. Dan kunnen de geleerden weer over andere dingen
gaan stoeien.